Al-Jamaraat

Al-JamaraatEr zijn in Mina drie Jamaraat: Jamratul Aqabah, Jamratul Wusta en Jamratus-Sughra. De afstand tussen de laatste twee is 150 meter, en de afstand tussen de eerste twee is 225 meter.

Al-Jamaraat zijn de plekken waar de Sheitaan Ibrahim vrede zij met hem tegemoet kwam toen hij onderweg was om zijn zoon Ismaiel vrede zij met hem te slachten zoals Allah de Verhevene hem had bevolen. De Sheitaan wou Ibrahim van gedachten doen veranderen zodat hij Allah de Verhevene niet gehoorzaamt. Op deze plekken gooide Ibrahim met kiezelsteentje naar de gezicht van de Sheitaan terwijl hij hardop de takbeer zei.“Allahu Akbar!”

Ibn ,Abbaas verhaalde:

“Toen Ibrahim vrede zij met hem zich op de heilige plaatsen bevond, kwam de Sheitaan hem tegemoet bij Jamarat al ‘aqabah en probeerde hem te doen afdwalen zodat hij het gebod van Allah de Verhevene niet zou uitvoeren en zijn zoon niet zou slachten. Toen Ibrahim vrede zij met hem de Sheitaan zag pakte hij zeven kiezelsteentjes en gooide ze op het gezicht van de Sheitaan tot dat hij op de grond viel. Ibrahim liep door en bij de tweede Jamarah kwam de Sheitaan weer tevoorschijn en probeerde hem te doen afdwalen, ook hier gooide Ibrahim vrede zij met hem de Sheitaan toe met zeven kiezelsteentjes tot dat hij op de grond viel. En weer liep Ibrahim vrede zij met hem door tot hij bij de derde Jamarah kwam en de Sheitaan weer tevoorschijn kwam. En weer gooide Ibrahim vrede zij met hem zeven kiezelstenen naar hem tot hij op de grond viel.”

Ibnu ‘Abbaas zegt:

“De Sheitaan stenigen jullie, de godsdienst van jullie vader Ibrahim volgend.”

Toen de rechtschapenheid van Ibrahim vrede zij met hem duidelijk werd, zond Allah de Verheven een geweldig offerdier neer die de plaats van zijn zoon innam. En zo hoefde Ibrahim vrede zij met hem zijn zoon niet te slachten en offerde hij het dier op.

En zo werd het offer wat de Moslims slachten een Sunnah om dichter bij Allah de Verhevene te komen en om Hem dankbaarheid te tonen. Tevens worden Ibrahim en Ismaiel vrede zij met hen herdenkt. Allah ‘Azza wa djal zegt:

“En wij beloonden hem met een groot offer”. (Assaffaat, Ayah 107).

De Moslims vandaag de dag doen elk jaar na het gooien van de Jamaraat deze Sunnah herleven. Ze erkennen dat de Sheitaan hun grootste vijand is en bevechten hem door de geboden van Allah de Verhevene op te volgen en de verboden zaken te vermijden.